Boeien verdwijnen in Mercuriushaven

boeienIn de dicht bij de stad gelegen Mercuriushaven investeert Port of Amsterdam voor € 9 miljoen in een overslagvoorziening die ter plaatse meer veiligheid biedt aan het scheepvaartverkeer. Ook is de voorziening een opmaat voor toekomstige walstroomaansluitingen wat een kans voor schonere lucht biedt.

De Mercuriushaven is één van de oudste havenbekkens van de moderne Amsterdamse zeehaven waar al decennialang zogeheten boord-boord-overslag plaatsvindt. Daarbij liggen zeeschepen niet aan een kade, maar aan boeien in het havenbekken, geflankeerd door drijvende kranen, die de bulklading overhevelen in coasters of binnenvaartschepen.


Deze vorm van overslag vraagt veel nautische ruimte, vooral als het stevig waait, omdat de zeeschepen aan de boeien dan niet netjes op hun plek blijven liggen: ‘verwaaien’ in jargon. Hierdoor kan het passeren door andere schepen onveilig worden. Ook kennen de twee huidige overslaglocaties, als gevolg van de opstelling van de boeien, beperkingen voor de lengte van de zeeschepen. Alleen schepen met een lengte tussen 180 en 240 meter kunnen momenteel ‘aan de boeien’ worden afgehandeld.


Port of Amsterdam is daarom in de Mercuriushaven gestart met de vervanging van de boeien door een vaste opstelling met trospalen en zogeheten remmingwerk. In overleg met de gebruikers van de overslagplaatsen en met de nautisch dienstverleners – waaronder loodsen, slepers en vletterlieden – is inmiddels een ontwerp gemaakt. In de zomer wordt gestart met de aanleg van het remmingwerk voor de eerste overslagplaats. In oktober 2022 kan die dan in gebruik worden genomen. Na evaluatie van ervaringen met de nieuwe overslagvoorziening zal in de loop van 2023 worden begonnen met het vervangen van de boeien van de tweede overslagplaats.


Na oplevering van de klus liggen de zeeschepen dan steeds op dezelfde vaste positie waardoor de nautische situatie voor passerende schepen is verbeterd. Ook kunnen dan zeeschepen van 80 meter (coasters) tot 295 meter (Capesize-schepen) langs het remmingwerk worden afgemeerd. De drijvende kranen en weegtorens blijven tijdens de aankomst en het vertrek van de zeeschepen aan het remmingwerk afgemeerd, waardoor minder scheepsbewegingen plaatsvinden. Dat scheelt emissies van uitlaatgassen, levert minder verkeer op en een kortere afhandelingstijd voor het lossen.


De vaste installatie biedt ook de mogelijkheid om in de toekomst walstroom aan te leggen voor de schepen en kranen. Dat is een noodzakelijke optie gelet op toekomstige Europese regelgeving én de strategie van Port of Amsterdam om de CO2-uitstoot van het scheepvaartverkeer in de haven sterk terug te dringen en stapsgewijs toe te werken naar een klimaatneutrale haven in 2050.