Bovenrolwagen in deurkas buitenhoofd geplaatst

bovenrolwagenWoensdag 4 maart 2020 is onder gunstige weersomstandigheden een bovenrolwagen in de deurkas van het buitenhoofd van de nieuwe zeesluis IJmuiden geplaatst. De bovenrolwagen vormt de aandrijving van de sluisdeur om deze te openen of te sluiten.

 

De bovenrolwagen staat nu bovenin de deurkas op een rail en wordt later gekoppeld aan de deur. Er zitten 6 hydromotoren in. De sluisdeur wordt voortbewogen door grote aandrijfwielen. Deze zogenaamde bonkelaars grijpen in op een pennenbaan, waardoor de deur heen en weer kan rijden over een rails die op de drempel van de zeesluis ligt. De bovenrolwagen heeft een afmeting van 14 x 7 x 5,5 m (lxbxh) en weegt bijna 200 ton.

 

 

De bovenrolwagen is woensdagochtend 4 maart 2020 door een kraanschip (drijvende bok) aangevoerd vanaf het OpenIJ Logistiek Centrum in het westelijk havengebied. Na het positioneren van de drijvende bok tegen de deurkas van het buitenhoofd is de bovenrolwagen in de deurkas geplaatst. Tijdens de werkzaamheden was er geen scheepvaartverkeer mogelijk door de Middensluis. Schepen konden gebruik maken van de Noordersluis. Deze operatie nam circa 8 uur in beslag.

 

De deuren van de nieuwe zeesluis wegen elk maar liefst 3.000 ton. Hoe zorg je ervoor dat die soepel open en dicht gaan? We vragen het Dirk Jorna en Jan Zetzema van OpenIJ.

 

Jan Zetzema: ‘Met een perfect afgestemd mechanisme. Aan de onderkant zit een zogeheten railbalk en aan de bovenkant een bovenrolwagen. Als je de sluisdeur vergelijkt met een kruiwagen is de onderrolwagen op de railbalk het wiel en de bovenrolwagen is de persoon die de kruiwagen duwt of trekt.’

Dirk Jorna: ‘De railbalk van het buitenhoofd ligt inmiddels op de vloer van de deurkas en komt dus uiteindelijk onder water te liggen. Dan zal de sluisdeur over de rail rijden als een soort wagon – met zo’n 10 ton aan wielen. Daarvoor moet de rail op de millimeter nauwkeurig op zijn plek liggen. Dat was de grootste uitdaging. De railbalk bestaat uit 4 stukken van elk 20 meter en 34,5 ton. Die moesten we overdwars in de bouwkuip laten zakken door een speciaal daarvoor gemaakte opening: een hijssparing. Daarvoor gebruikten we een grote 700-tons kraan.’

 

Jan Zetzema: ‘De bovenrolwagen komt bovenaan de achterzijde van de sluisdeur en verplaatst zich over een geleiderail met een zogeheten pennenbaan. Grote tandwielen – bonkelaars – grijpen in die baan en zorgen zo dat de deur heen en weer beweegt. Het is de bedoeling om de bovenrolwagen in maart te plaatsen. Met een drijvende bok – een kraanschip – brengen we hem van ons logistiek centrum in Amsterdam naar het werkeiland in IJmuiden. Daar aangekomen hijsen we hem nog een stukje omhoog en zetten hem dan op de rail. Dit is geen alledaags transport. Er hangt dan bijna 200 ton staal boven het water te bungelen. Onze grootste vijand is daarom het weer. Er mag vooral niet te veel wind zijn. We houden het weerbericht dus continu in de gaten en plannen de reis hooguit anderhalve week van tevoren. Is er op de geplande datum toch te veel wind, dan stellen we het transport zo lang als nodig uit.’

 

Dirk Jorna: ‘Als de railbalk en bovenrolwagen op hun plek zijn, hoeft alleen de sluiskolk nog op diepte gebaggerd. Dan kan de sluisdeur erin en is het tijd om de technische installaties aan te sluiten. Je merkt dat we nu in de afbouwfase zitten. Dat is een interessant deel van het project. Je ziet alles uiteindelijk bij elkaar komen. Het buitenhoofd wordt steeds meer aangekleed. Het begint nu echt een sluishoofd te worden.’