Dé sluisdeuren van IJmuiden slepen

telstarBegin dit jaar zijn de sluisdeuren aangekomen in de Amsterdamse haven en het afbouwen is in volle gang. Na het afbouwen volgt een testfase in het Logistiek Centrum van OpenIJ in Amsterdam. Daarna gaan de deuren terug naar IJmuiden, waar ze op hun plek in de deurkas binnenhoofd worden gevaren. De deur voor de deurkas van het buitenhoofd ligt in een reeds afgegraven deel van de sluiskolk in IJmuiden waar deze wordt afgebouwd en daarna ingevaren in het buitenhoofd. Sleepbootkapitein Marcel van Peenen mocht in januari één van de enorme sluisdeuren van Rotterdam naar ‘zijn IJmuiden’ slepen. ‘Dit is een mooi verhaal, ook voor latere generaties.’

'Het is geweldig dat ik als IJmuidenaar mee mocht werken aan dit gigantische prestigeproject: de grootste sluis ter wereld. Iedereen heeft het erover. Het gaat om dé sluisdeuren van IJmuiden. Daar heb ik er een van mogen slepen. Dat is een mooi verhaal, ook voor latere generaties.’ Sleepbootkapitein Marcel van Peenen van Port Towage Amsterdam vertelt het vol trots. Hoe hij met zijn sleepboot Telstar samen met een andere sleepboot de laatste van de drie deuren voor de nieuwe zeesluis van Rotterdam naar IJmuiden bracht.


‘We moesten op z’n egeltjes slepen’, steekt Van Peenen van wal. ‘Heel voorzichtig en rustig aan zodat ze zich niet bezeren aan elkaars stekels. Op 23 januari vertrokken we tegelijk met de sleep van de tweede deur uit Rotterdam. Het was heel rustig weer met windkracht 3 en golven van maximaal een halve meter. We liepen hooguit 3 knopen (5,5 km/u) met de stroming mee. Zo’n deur is namelijk een flinke logge kolos. Uiteindelijk moesten we ook nog een etmaal buitengaats wachten op hoogwater en doodtij om binnen te lopen in IJmuiden. Daarom kwamen wij veel later aan dan de tweede deur.’


‘Eigenlijk had ik liever de eerste deur gedaan’, geeft Van Peenen toe. ‘Die krijgt meer aandacht. Maar nu hadden wij het voordeel dat we al informatie hadden van collega’s over die eerste sleep. We waren ook goed voorbereid. Zo hadden we voor deze zeereis meer bemanningsleden aan boord dan bij ons normale havenwerk. We hebben alle regels nog eens goed met elkaar doorgesproken. We wisten waar en hoe we de deur vast moesten maken en hadden het benodigde extra sleepmateriaal ingeslagen. Voor vertrek heeft een onafhankelijke surveyor de zeewaardigheid gecontroleerd en vanuit OpenIJ hield een towmaster alles in de gaten. Die is verantwoordelijk voor het sleepproject.’


Bij de sleep waren twee boten betrokken. De “leading tug” aan de voorkant deed het eigenlijke sleepwerk. De Telstar was aan de achterkant van de deur vastgemaakt om eventueel bij te sturen. Van Peenen: ‘Het laatste stukje was het lastigst, toen we door de Noordersluis moesten. Daar moest ook een nieuwe voorboot komen, omdat bij de sluispassage lokale kennis van zaken vereist is. Tot IJmuiden voeren we samen met een sleepboot uit Dordrecht, maar vanaf de pier namen onze collega’s van de Iskes met sleepboot Brent dit over.’


De vorm van de deur maakte het extra lastig om door de sluis te varen. Van Peenen: ‘Als je een boot of een bak sleept, komen daar normaal runners op om af te meren. Maar op de deur kon niemand komen. We moesten de deur dus zelf stilhouden in de sluis. Als achterboot moesten we ook meer initiatief nemen om de deur in het midden van de sluis te houden. Dankzij de goede voorbereiding en samenwerking met bijvoorbeeld de loods verliep ook dit laatste deel voorspoedig en is de deur goed aangekomen.’